Stichting Geuzenverzet 1940-1945
Print    
Home

Contact

Links

Site Map

Disclaimer

Persinformatie

Donateur worden?



  
Geschiedenis      Geuzenmonument      Herdenken      Geuzenpenning      Stichting Geuzenverzet 1940-1945     
                                                     

Geuzenpenning 2013 voor mensenrechtenactivist Radhia Nasraoui

De Geuzenpenning voor 2013 is toegekend aan de Tunesische mensenrechtenactivist Radhia Nasraoui.  Al meer dan dertig jaar zet Radhia Nasraoui zich in voor de strijd tegen martelen in haar geboorteland. Hiervoor heeft ze samen met anderen in 2003 de Association de Lutte contre la Torture en Tunisie (ALTT) opgericht, de vereniging ter bestrijding van marteling in Tunesie. Als voorzitter van deze mensenrechtenorganisatie vraagt Nasraoui onophoudelijk aandacht voor het handhaven van de meest elementaire mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak.

Het bestuur van de Stichting Geuzenverzet 1940 - 1945 heeft dit vrijdag 11 januari 2013 bekendgemaakt. De uitreiking heeft plaatsgevonden op 13 maart 2013 in de Grote Kerk van Vlaardingen in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Constantijn der Nederlanden. Vicepremier Lodewijk Asscher heeft de Geuzenpenning aan mevrouw Nasraoui uitgereikt.

  


 

 

 

 

 

 

 

 

Sponsoren:

Onze activiteiten worden mede mogelijk gemaakt door het vfonds met middelen uit de BankGiro Loterij en Lotto.

 

 

 

 

De uitreiking van de Geuzenpenning wordt bovendien ondersteund door:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   


   Persbericht Radhia Nasraoui
   Radhia Nasraoui achtergrondinformatie
   Prins Constantijn woont uitreiking Geuzenpenning bij
   'Dit is een prijs voor alle Tunesiers die tegen dictatuur zijn'
   Toespraak Harry Borghouts 13 maart 2013
   Toespraak minister Asscher 13 maart 2013
   Toespraak Radhia Nasraoui 13 maart 2013
   Lied 'De achttien dooden'

Lied 'De Achttien Dooden'

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal de avond zien.

O lieflijkheid van lucht en land,
van Hollands vrije kust ~  
eens door de vijand overmand, 
vond ik geen uur meer rust;
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd ?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijd den ijdelen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar ‘t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat de vloekb're schennershand
het anders heeft begeerd,

voordat die eeden breekt en bralt
het misselijk stuk bestond
en Hollands landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond,
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk germaans gerief,
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie;
zoo waar als ik straks dood zal zijn,
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar ~
verwerp al wat hij biedt of bood,
die sluwe vogelaar.

Gedenk die deze woorden leest,
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ‘t allermeest
in hunnen rampspoed groot, 
zooals ook wij hebben gedacht|
aan eigen land en volk,
er komt een dag na elke nacht,
voorbij trekt ied're wolk.

Ik zie hoe ‘t eerste morgenlicht
door ‘t hooge venster draalt ~ 
mijn God, maak mij het sterven licht,
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mijn dan Uw genâ,
opdat ik heenga als een man
als ik voor de loopen sta.

Het lied 'De Achttien Dooden' is een gedicht van Jan Campert (1902-1943), dat hij schreef naar aanleiding van de executie van vijftien Geuzen en drie Februaristakers op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte.

      ©2007
      Stichting Geuzenverzet